Home » News » DRIE VRAGEN AAN … Gertjan Desmet,

DRIE VRAGEN AAN … Gertjan Desmet,

archivaris bij het CegeSoma

Gertjan, je behaalde een master in de geschiedenis (UGent) en een master in de archivistiek (VUB). In 2011 begon je te werken voor onderzoeksprojecten van het Rijksarchief (opstellen van een archiefgids over de geschiedenis van de Joodse bevolking; overbrenging van de archieven van de militaire rechtbanken). In 2018 stapte je over naar het CegeSoma.

Kan je ons vertellen waaruit je dagdagelijkse werk van archivaris bestaat ?

Mijn dagelijks werk valt uiteen in twee delen: enerzijds dienstverlening aan het publiek en anderzijds het verwerken en beheren van archieven. ’s Morgens kijk ik eerst mijn e-mails na om te zien of ik geen “dringende” vragen heb ontvangen. Dat kan dan gaan over vragen van mensen die opzoekingen verrichten over een familielid, of onderzoekers met een vraag over een specifiek thema of een welbepaalde plaats. Ik probeer hen dan te oriënteren naar de bestaande toegangen en zoekrobotten, eerder dan zelf de opzoekingen voor hen te doen. Zo raken ze vertrouwd met de beschikbare bronnen en worden ze meer zelfredzaam.
Soms gaat het om mensen uit het buitenland die hier onderzoek komen doen. Ik probeer hen te helpen om de bronnen op te sporen die hen zouden kunnen interesseren. België is weliswaar een complex land, maar het is ook vrij klein en het is goed mogelijk dat je collega’s van andere archiefcentra kent.

Ook ga ik een dag per week naar het depot Joseph Cuvelier (ARA2), onder andere om documenten die gereserveerd werden voor raadpleging in de leeszaal uit te halen.

De rest van mijn tijd besteed ik aan archiefverwerking: ik ben verantwoordelijk voor het depotbeheer, de administratieve afhandeling en verwerking van nieuwe aanwinsten; ik controleer en vervolledig de gegevens over onze archieven in ons collectiebeheersysteem, …
En ik heb het geluk om aan nieuwe inventarissen te kunnen werken – een erg boeiende taak, omdat je een archief, zijn context en de geschiedenis van de archiefvormer in de diepte leert kennen.


Welke kwaliteiten moet een archivaris volgens jou bezitten ?

Dat is moeilijk te beantwoorden. Ik zou zeggen dat men over dezelfde kwaliteiten als een geschiedkundige moet beschikken, dus geduld, nauwgezetheid, organisatievermogen, structuur, oog voor detail, maar ook de dingen in perspectief kunnen zien, een zekere volharding … en nog twee bijkomende eigenschappen.

Vooreerst in staat zijn om … niet als een geschiedkundige te denken, dat wil zeggen abstractie maken van  het historisch belang van de stukken, in de enge zin van het woord, om je te concentreren op de context waarin ze gevormd werden en hun formele eigenschappen. Dat betekent ook: zich niet verliezen in te gedetailleerde of ‘gerichte’ beschrijvingen.  Het doel is om inventarissen zo ‘research agnostic’ mogelijk op te stellen, zodat ze daarna voor elk type onderzoek gebruikt kunnen worden.

De tweede kwaliteit, in het bijzonder nodig in een openbare dienst zoals het Rijksarchief, is: voor ogen houden dat onderzoekers maar een kleine fractie van ons publiek uitmaken. Er zijn ook nog rechtszoekende burgers, ambtenaren, griffiers, notarissen, journalisten, genealogen … Je moet dat in het achterhoofd houden bij het vastleggen van prioriteiten voor inventarisering of digitalisering, maar ook wanneer je in contact komt met mensen die helemaal niets van ‘archieven’ kennen.

Hoe zie jij het CegeSoma over 25  jaar ?

Mijn droom is dat al onze archieven in kwaliteitsvolle inventarissen beschreven zijn, online beschikbaar in EAD-formaat [een coderingsformaat volgens de principes van de Algemene Internationale Norm voor Archivistisch Beschrijven, ISAD (G)]; dat we belangrijke archieven konden behoeden voor verval en vernietiging; dat de gebruikers kunnen beschikken over nieuwe toegangsmogelijkheden voor de bestaande gegevens en dat onze instelling verrijkt werd met collega’s met nieuwe profielen uit verschillende horizonten en met allerlei soorten vaardigheden.

P.S Een vondst in de archieven die je is bijgebleven ?

Wat me blijft verbazen, zijn de schatten die nog altijd opduiken zo lang na de twee wereldoorlogen: foto’s van Duitse soldaten, brieven van verzetslui, … Wat ik in het algemeen interessant vind, is de complementariteit van de collecties van het CegeSoma met die van de andere depots. Terwijl andere depots de archieven van overheidsinstellingen, hoven en rechtbanken bewaren, is het CegeSoma gespecialiseerd in de archieven van privépersonen en -instellingen. In het depot van ARA2 kan je bijvoorbeeld het gerechtelijk dossier van een collaborateur vinden en het is mogelijk dat wij, van onze kant, brieven of persoonlijke geschriften van dezelfde persoon bewaren.