Bibliotheek van het CegeSoma : Leopold III, bron van aantrekkingskracht en onenigheid.

'Bibliotheek van het CegeSoma : Leopold III, bron van aantrekkingskracht en onenigheid'. Onder die titel nodigen wij u uit om het negende thema te ontdekken in onze reeks ‘Afspraken met de bibliothecaris’. Elke thema dompelt u onder in onze collecties en wordt geïllustreerd met een video en begeleidende tekst over de informatie erover in onze bibliotheek.

Bekijk de negende video ‘Afspraken met de bibliothecaris: 9. 'Bibliotheek van het CegeSoma : Leopold III, bron van aantrekkingskracht en onenigheid'.


De figuur van Leopold III heeft ontegensprekelijk heel wat deining veroorzaakt, met passies en haat,  waarbij beide emoties soms samenvielen, overeenkomstig het gezegde dat uitersten elkaar vaak raken. En ook in dit geval kon de bibliotheek van het CegeSoma niet anders dan een belangrijke weerspiegeling bieden van het grote trauma dat de politieke identiteit van de Belgische bevolking heeft doorheen geschud, tenminste van 1940 tot 1950.   

Tijdens de jaren “waarin de Belgen niet van elkaar hielden” maar vooral vanaf het ogenblik dat de pen terug vrijelijk ter hand kon worden genomen terwijl de monarch publiekelijk een factor van verdeeldheid was geworden omwille van zijn gedrag in ’40-’41 en zijn vermeende bijbedoelingen, beleven we de hoogtij van een literatuur die nu eens vol lof, dan weer polemisch is (waarbij de pro’s  talrijker zijn dan de contra’s). Dan was er de Koningskwestie, waarvan de uitkomst in hartje zomer van 1950 wel bekend is, en al dat geschrijf verminderde, zonder echter ooit helemaal stil te vallen: soms kwam de belangstelling zelfs van buiten de grenzen van het koninkrijk, zoals vanuit Frankrijk en in mindere mate vanuit Groot-Brittannië.  Met het verstrijken van de decennia en onder invloed van de tand des tijds, kreeg de geschiedkundige benadering klaarblijkelijk de bovenhand op de   gespannen verhoudingen uit het verleden. Die spanningen waren echter nooit ver weg.  Wanneer de moeite wordt genomen om ze grondig te analyseren blijken schijnbaar sobere wetenschappelijke bijdragen hier en daar moeite te hebben om de driften te bedwingen die aan deze of gene kant van de vroegere scheidslijn van de confrontatie nog niet helemaal waren gaan liggen.

Hoeft dat te verwonderen? Vanaf het begin hebben veeleer – maar niet uitsluitend – weldenkende geschiedkundigen het strijdperk betreden om de monarch te verdedigen. Zo zijn er bijvoorbeeld Georges-Henri DUMONT (Léopold III, roi des Belges-1944) of Jo GÉRARD (in het tijdschrift Vrai, in afwachting van de publicatie van zijn  Léopold III, un roi trahi in 1963), en hun stijl kent een aantal soms getalenteerde navolgers zoals Christian KONINCKX of Jean VANWELKENHUYZEN. Maar de groep publicisten en essayisten is veel omvangrijker dan deze van de aanhangers van muze Clio:  de hermetische Henri GERMEAU (Défense d’un Roi : Sa Majesté Léopold III-1945) de eerder deftige Sir Roger KEYES (Echec au Roi-1986), de onstuimige Jean CLEEREMANS (Un royaume pour un amour. Léopold III, de l’exil à l’abdication-1989) de vage Robert CLOSE (Léopold III, les « non-dits »-2001). En we vergeten er nog een aantal, betere… en slechtere. 

Aan de andere kant van de scheidingslijn, bij de “contra’s”, worden heel wat minder boeken geschreven en komt men vaak niet verder dan een brochure ( zoals De Waarheid over Leopold III / La vérité sur Léopold III, gepubliceerd onder toezicht van het Onafhankelijkheidsfront en van Fernand Demany ). Dit soort publicaties kent veel later ook nog navolgers, zoals  Walter DE BOCK (in Extreem-rechts en de staat (1981), ziet hij de koning als “een boegbeeld van extreemrechts”)  of  Serge MOUREAUX (Léopold III : la tentation autoritaire-2002). We moeten ook nog wijzen op de zeer typische bijdragen van Alfred FABRE-LUCE, GISCARD D’ESTAING (Antoine, niet Valéry…) en vooral van  Robert ARON die gebruik kon maken van de Carnets van graaf Capelle voor het schrijven van zijn  Léopold III ou le choix impossible (1977).

Aan de kant van de “zuivere” geschiedschrijving (maar bestaat dat wel?) mogen we absoluut niet nalaten de aandacht te vestigen op wat vandaag een “klassieker” is, namelijk Léopold III et le gouvernement : les deux politiques belges de 1940, van de hand van Jean STENGERS in 1980, en op een beknopte maar zeer fijnmazige studie van  Jules GERARD-LIBOIS en José GOTOVITCH (Léopold III, de l’an 40 à l’effacement-1983), en op Léopold III, een collectief werk dat in 2001 werd uitgegeven bij  Complexe onder leiding Michel DUMOULIN, Mark VAN DEN WIJNGAERT en Vincent DUJARDIN. We wijzen erop dat hiervan ook een Nederlandstalige uitgave bestaat die datzelfde jaar werd uitgegeven bij Manteau
Tenslotte, niet te vergeten, het grote werkstuk van Jan VELAERS en Herman VAN GOETHEM met als titel Leopold III. De Koning. Het land. De Oorlog  (1994), ongetwijfeld het meest volledige werk over de kwestie.   

We zouden zo nog een hele tijd kunnen doorgaan. Ons Centrum heeft in zijn collecties honderden titels over deze problematiek, gaande van de meest brutale pamfletten tot de meest doorwrochte bachelorthesis, van de meest sombere literatuur tot de meest liefkozende schrijfsels. En natuurlijk, niet te vergeten, zijn er nog de geschriften gewijd aan Lilian Baels, alias “de prinses van Retie”. Rest u alleen nog om deze rijkelijke productie te komen inkijken in onze leeszaal…