PDF Afdrukken E-mail

Nieuw te ontdekken bijdragen op de blog van Belgium WWII

Wat is er nieuw op de blog van Belgium WWII ?
Een aantal maanden geleden kondigden we de lancering aan van een blog op de website Belgium WWII. Intussen werden een aantal nieuwe bijdragen online gebracht. Ze hebben betrekking op debatten over de huidige perceptie van de Tweede Wereldoorlog, de uitdagingen van de herinnering aan de oorlog alsook nieuwe vormen van interactie met het doelpubliek van geschiedkundige projecten. 

 In het jaar waarin de 75ste verjaardag van de Bevrijding wordt herdacht, handelen verschillende bijdragen rechtstreeks of onrechtstreeks  over een aantal aspecten van de herinnering aan de oorlog.

In haar artikel 'Belgisch verzet: een vraagstuk uit ons collectief geheugen', heeft Babette Weyns, doctoranda aan de UGent, het over de perceptie van het verzet en de verdeeldheid die er na de oorlog ongewild over is ontstaan. Ze betreurt overigens dat er geen referentiewerk bestaat over het “verzet” in België en dat er evenmin een zeker maatschappelijk bewustzijn heerst over haar erfenis.

 

De kwestie van de herinnering aan het verzet komt ook aan bod in de bijdrage van Chantal Kesteloot getiteld 'Walthère Dewé ou Léon Degrelle ? Où est la mémoire de la Seconde Guerre mondiale?'. De naam Walthère Dewé, een belangrijk weerstander uit beide wereldoorlogen is in de vergetelheid geraakt. Dit in tegenstelling tot Léon Degrelle, die veel meer tot de verbeelding spreekt. Hoe  is het zo ver kunnen komen?

 

Deze vraag leidt ons verder naar het onderwerp “collaboratie” en naar haar plaats in het publieke debat en de herinnering. Deze onderwerpen worden behandeld door o.a. te verwijzen naar de controverse ontstaan te Charleroi naar aanleiding van een tentoonstelling over de kunstenaar Georges Wasterlain, indertijd veroordeeld voor collaboratie.

 

Er wordt ook teruggegrepen naar de bijdragen en debatten van het symposium van “Groupe Mémoire – Groep Herinnering” dat in maart werd gehouden in Antwerpen.

 

De literatuur behandelt ook de “erfenis van de oorlog”, een onderwerp dat in Vlaanderen zeer nadrukkelijk leeft en dat soms – maar helaas al te zelden -  aanleiding geeft tot vertalingen ('Vu de Flandre. La Seconde Guerre mondiale, un débat en héritage ?').

Hoewel ze vertrekt van een ander uitgangspunt gaat de bijdrage van Nico Wouters ('De herdenkingen aan WO II : meer geschiedenis, minder herinnering') eveneens over de uitdagingen verbonden aan de geschiedenis van en de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog. Hij pleit ervoor om bovenal in te zetten op meer kennis over het verleden, en niet uitsluitend op meer 'herinnering'. Hij wijst erop dat, zelfs al worden nog steeds erg veel boeken geschreven over het tweede wereldconflict, onze historische kennis nog altijd belangrijke leemtes vertoont. Hij doet een oproep tot meer overheidsinvesteringen op vlak van onderzoek en ontsluiting van archieven.  


Ondanks de rijke geschiedschrijving over de collaboratie blijft het volgens  Bart Willems ('Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog: feit of fictie?') moeilijk de verworvenheden van het onderzoek te verzoenen met de persoonlijke representatie van het oorlogsverleden. Hij benadrukt dat het nodig is om middelen te vinden om een foute interpretatie van de geschiedenis bij te sturen en om correcte uitleg te geven (rekening houdend met een complexe werkelijkheid)  die een breed publiek kan aanspreken.
Mathieu Billa ('Commémorer la « bataille des Ardennes »?') komt terug op de enorme belangstelling voor de Slag om de Ardennen. Hij wijst echter op het gevaar van een scheefgetrokken historische perceptie die ervan uit gaat dat het hele gevecht zich in Bastenaken zou hebben afgespeeld. Hij hoopt dat de historici zich naar aanleiding van de herdenkingen van de 75ste verjaardag zullen buigen over de onduidelijkheden die nog rond het onderwerp bestaan. 
De herdenkingen vormen ook de gelegenheid om het verleden eens vanuit een andere invalshoek te benaderen. In haar artikel  '@BevrijdingvanA Beleef de Bevrijding van Antwerpen op Twitter', stelt Julie Wynant een project voor dat werd opgezet door het Vredescentrum en de stad Antwerpen om ons via Twitter onder te dompelen in de stad van 75 jaar gelden.  
Tentoonstellingen blijken steeds meer een middel te zijn om de aandacht te vestigen op pijnlijke onderwerpen uit het verleden. Naar aanleiding van een tentoonstelling die momenteel loopt in het Memorial Museum van Bergen heeft Pierre Muller (commissaris van deze expositie) het over  het kamp voor Duitse gevangenen van Ghlin-Erbisoeul  ('Camp de prisonniers allemands de Ghlin-Erbisoeul').

Leen Heyvaert komt dan weer terug op de tentoonstelling gewijd aan het interneringskamp van  Lokeren ('Het kamp van Lokeren 1944-1947. Opgesloten tussen zwart, wit en grijs'), een onderwerp waarover de website het in de herfst overigens meer in detail zal hebben.

De bijdrage van Jan De Graaf ('Een nieuw perspectief op de stakingen van 1944/45') gaat over de golf van apolitieke, spontane en vaak gewelddadige stakingen die in België maar ook in andere Europese landen plaatsvonden aan het einde van de oorlog. Hij onderzoekt het belang van het conflict om deze bewegingen beter te kunnen begrijpen.    
In zijn artikel 'Kanttekeningen bij de 'oorlogspensioenen' komt Dirk Luyten uitgebreid terug op een onderwerp waarover meer wetenschappelijk onderzoek nodig is en dat de voorbije maanden voor polemiek gezorgd heeft, namelijk de “pensioenen”  die Duitsland uitbetaalt aan soldaten uit bezette landen die meestreden met nazi-Duitsland.


De blog laat u ten slotte, via het artikel van Margaux Roberti-Lintermans, de resultaten zien van de eerste Editathon  die het CegeSoma organiseerde op basis van onze fotocollecties over Brussel in oorlogstijd.

Kortom, na een paar maanden valt er al heel wat te ontdekken of herontdekken. In de herfst zullen nieuwe bijdragen op de blog gezet worden.

 

Maar de blog heeft ook ù nodig: aarzel zeker niet om te reageren op wat reeds gepubliceerd is of om zelf een bijdrage te schrijven. Tot ziens op belgiumwwii@arch.be!

 

  Terug