PDF Afdrukken E-mail

FWO – ‘Krediet aan navorsers’ voor onderzoek over de burgerlijke epuratie

Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) heeft Dirk Luyten (CegeSoma) een krediet aan navorsers toegekend voor een onderzoek over de burgerlijke epuratie na de Tweede Wereldoorlog in het gerechtelijk arrondissement Brussel.

De burgerlijke epuratie, beter bekend als de 'lijst van de krijgsauditeur',  was een sleutel component  van de  repressie na de Tweede Wereldoorlog. Ze viseerde minder zwaarwegende, overwegend politieke  collaboratiefeiten. Op basis van deze maatregel verloren meer dan 20.000 personen politieke en burgerlijke rechten.


 Over dit fenomeen werd nog weinig onderzoek verricht, nochtans is het om meer dan reden een interessant verschijnsel. De krijgsauditeur besliste om rechten te ontnemen, zonder tussenkomst van de krijgsraad, maar verzet was wel mogelijk. In dat geval oordeelde  de rechtbank van eerste aanleg, zodat een  contactzone ontstond tussen het militair gerecht en de 'gewone' rechtsmachten.

 

Dit project focust op die  contactzone en op de juridische actoren : hoe gingen krijgsauditeurs,  rechters en advocaten met het nieuwe instrument om? Op welke manier beïnvloedden  de burgerlijke rechtsmachten het beleid en het optreden van de krijgsauditeur? Hoe zette de krijgsauditeur het nieuwe instrument in?


Case studie Brussel

 

Het project focust op het gerechtelijk arrondissement Brussel. Het had een gemengd karakter (Nederlandstalige en Franstalige rechtsonderhorigen, stad en platteland), zodat bijvoorbeeld kan worden nagegaan hoe het instrument werd ingezet tegen respectievelijk Vlaamse en Franstalige collaboratiebewegingen en of het werd gebruikt om collaboratiefenomenen met een lokale specificiteit te sanctioneren.  Omdat de juridische actoren centraal staan,  ligt de focus op de gevallen waarbij verzet werd aangetekend tegen de beslissing van de krijgsauditeur.

 

Een bronnencorpus

 

De bronnen voor dit onderzoek werden geproduceerd door twee verschillende archiefvormers : de rechtbank van eerste aanleg en het krijgsauditoraat. Beide worden direct gekoppeld door eerst de vonnissen, die zich bevinden in het Rijksarchief Vorst te digitaliseren. Die gedigitaliseerde vonnissen dienen twee doelen : analyse van de juridische argumentatie enerzijds en een representatieve selectie van de meest relevante dossiers van het krijgsauditoraat mogelijk maken  anderzijds. Die dossiers worden vervolgens gedigitaliseerd in Algemeen Rijksarchief 2 - depot J. Cuvelier.

 

Dit bronnencorpus vormt de basis van het onderzoek. Gecombineerd met andere archieven, waar vooral de Instructions générales van het auditoraat-generaal van belang zijn, zal dit toelaten een beter inzicht te krijgen in  de mechanismen achter de burgerlijke epuratie en het optreden van de verschillende juridische actoren, in de eerste plaats de krijgsauditeurs én in de interne correctiemechanismen binnen het gerechtelijk apparaat. 

De digitalisering zal gebeuren door jobstudenten, die dank zij het krediet aan navorsers kunnen worden ingezet. Wat de standaarden en metadata betreft worden de interne regels van het Rijksarchief gevolgd, aangevuld met specifieke metadata in functie van de onderzoeksvragen. Om internationale vergelijking mogelijk te maken zijn contacten gelegd met een  lopend Nederlands digitaliseringsproject  over de Bijzondere Rechtspleging.
   

Dit project is niet alleen van belang voor de wetenschappelijke valorisatie van het  archief van het militair gerecht dat werd overgedragen aan het Rijksarchief, het levert een - weliswaar bescheiden -bijdrage aan de oplossing van de problematiek van de permanente bewaring van dit materieel erg precaire archiefmateriaal. Bovendien leent het  project zich tot samenwerking tussen verschillende depots van het Rijksarchief.

 

  Terug